Kalveropfok in relatie tot transitieperiode

Je tapt bloed van een kalf van een week oud en leert iets over het droogstandsrantsoen van een paar weken eerder. Dat klinkt gek, maar het is logisch. Wat de koe in haar laatste weken voor het afkalven binnenkreeg, bepaalt mee in welke conditie het kalf ter wereld komt en wat de biest waard is. Een pasgeboren kalf begint dus aan zijn opfok met een startpositie die het niet zelf heeft gemaakt. En die startpositie is in het bloed terug te zien.


Daarmee is de kalveropfok geen los onderwerp, maar de andere kant van hetzelfde gesprek over transitieperiode. Wat het in de close-up aan schort, zie je niet alleen terug in de koe die afkalft, maar ook in het kalf dat ter wereld komt.


Voor de transitieperiode is de vertaalslag naar de praktijk allang gemaakt. Dierenartsen die met BoviLab werken kennen de waarden, de referenties en de protocollen. Bij de kalveropfok ontbrak dat. Tot nu.


Wat er verandert, is vooral de richting van je onderzoek. Bij een probleem in de opfok hoef je niet bij de kalveren te blijven zoeken; je kunt terugkijken naar de droogstand met iets anders in handen dan een vermoeden. En andersom hoeft een gesprek over het droogstandsrantsoen niet te wachten tot er melkziekte is of een verse koe niet op gang komt.


Dankzij bloedonderzoek kun je een kalf volgen van de biest, via de melkperiode, tot het spenen. En dat spoor loopt door tot in het rantsoen van zijn moeder.

Ontdek wat BoviLab voor jouw kan betekenen

Onze slimme oplossing geeft je direct inzicht in de gezondheid van je koeien. Ontdek de techniek achter BoviLab of probeer het zelf met een vrijblijvende demo.